Het gesprek met de arts
Thuis wist u nog wat u wilde vragen, maar bij de arts bent u de vragen ineens vergeten. En ook op de onverwachte vraag wanneer de klachten begonnen zijn of wat u precies voelt, had u geen goed antwoord. U bent van uw stuk en u vergeet te vragen wat u zelf nog wilde weten. Wie met een arts praat, is niet op z’n allerbest. U of uw dierbare heeft immers klachten en wellicht maakt u zich zorgen over wat er mis kan zijn. Of misschien bent u niet op uw gemak in nabijheid van de dokter.
De volgende tips helpen om u voor te bereiden op het gesprek met uw arts.
1. Houd in een dagboek bij welke klachten u heeft en onder welke omstandigheden u het meeste last heeft van deze klachten.
Sommige mensen slapen bijvoorbeeld met hun ogen half open en het is van belang dit te melden aan de oogarts die u onderzoekt voor uw klacht. Neem het dagboek mee naar het gesprek. Neem eventueel een kopie mee voor de arts, zodat deze een exemplaar aan het dossier kan toevoegen.
2. Lees informatie over droge ogen.
Zo begrijpt u beter wat wordt verteld en bent u een gesprekspartner voor de dokter. U kunt de tijd met de dokter dan ook gebruiken voor vragen, waarvan u het antwoord niet zo snel heeft kunnen opzoeken.
3. Maak een lijstje van de vragen die u wilt stellen.
Stel prioriteiten, zodat zeker aan bod komt wat voor u het belangrijkste is. Denkt u dat u meer tijd nodig hebt dan gebruikelijk is? Vertel het de assistente bij het maken van de afspraak of bel haar nadien even op. Zij kan bij de planning proberen met deze wens rekening te houden. Maak een kopie van de vragenlijst voor de dokter.
4. Ga in de wachtkamer door met uw voorbereiding.
Kijk in de wachtkamer uw vragen nog eens door.
5. Bij binnenkomst: duidelijk zijn.
Vertel bij binnenkomst duidelijk dat u een paar vragen hebt. Vraag hoeveel tijd er voor dit gesprek en voor uw vragen is. Geef de dokter uw vragen bij binnenkomst. Dan kan de arts ze zo effectief mogelijk behandelen. Geef eventueel een kopie van uw dagboek.
6. Ga niet ‘op de stoel van de dokter zitten’.
Het is verleidelijk om zelf alvast conclusies te trekken uit wat u voelt en wat u gehoord en gelezen hebt. Beter is om die conclusies aan de dokter over te laten. Misschien horen sommige symptomen bij iets heel anders. Beschrijf liever open en concreet wat u zelf ervaren heeft en ondersteun dat met uw dagboek. Zo voorkomt u, dat de dokter zich onder druk gezet voelt door informatie uit mogelijk onbekende bron.
7. Stel vooral open vragen en luister goed naar de antwoorden.
Open vragen beginnen met: wie, wat, waar, waarom, hoe, enz.
8. Maak aantekeningen.
Vul de aantekeningen na het gesprek aan tot een eigen verslag van het gesprek. Schrijf op wat u de volgende keer wilt vragen.

