www.drogeogen.nl    A  A  A

Hoe werkt het oog

Lees hier meer over:

Hoe werkt het oog?

Het oog is één van de vijf zintuigen die wij gebruiken om de informatie uit de wereld om ons heen te registreren. Het oog werkt als een ontvanger, die de signalen opvangt. De ogen zelf creëren geen beeld, maar stuurt deze signalen door naar de hersenen. Het deel van de hersenen dat zich bezig houdt met zien, vertaalt deze elektrische signalen en zet ze om in beeld. Dit vertaalproces zorgt ervoor dat wij onze omgeving kunnen waarnemen en stelt ons in staat om hier adequaat op te reageren.

Het oog herkennen we aan de buitenkant aan:

-       Oogleden
-       Het hoornvlies
-       De iris
-       De pupil
-       Het oogwit

 

De werking van het oog kan in een aantal opzichten vergeleken worden met een fototoestel. Het oog heeft twee lenzen, het hoornvlies en de ooglens, net zoals bij een fototoestel. Deze lenzen bundelen het licht, zodat er een scherp beeld kan ontstaan. Tussen deze lenzen bevindt zich de pupil. De pupil regelt de hoeveelheid licht die in het oog komt door groter of kleiner te worden (diafragma). Het oog heeft, net als het fototoestel, een gevoelige filmplaat: het netvlies. Dit netvlies ligt aan de binnenkant van de oogbol. Het netvlies bestaat uit speciale cellen, de fotoreceptoren, die het beeld omzet in elektrische signalen. Het netvlies stuurt de elektrische signalen via de oogzenuw naar de hersenen.

Het is waar dat beelden door het oog ondersteboven en ‘links is rechts’ naar de hersenen gestuurd worden, de hersenen draaien dit beeld weer om zodat wij de wereld ‘rechtop’ kunnen zien.

Hoe wordt het oog beschermd?

De oogleden beschermen het oog tegen uitdroging, fel licht en vreemde voorwerpen. De traanfilm doet dit ook. De traanfilm is een dun laagje traan vocht dat op de oogbol ligt. Dit laagje is nodig om een glad oppervlak op het oog te krijgen, zodat licht dat op het oog valt optimaal gebroken wordt. Dus zorgt de traanfilm ervoor dat:

-       Het oogoppervlak vochtig blijft,
-       zodat een glad hoornvlies word gecreëerd, waardoor de ogen steeds scherp kunnen zien.

Ook zorgt de traanfilm ervoor dat:

-    het hoornvlies en bindvlies gevoed worden;
-    het hoornvlies en bindvlies beschermd worden tegen vuil en bacteriën.

Het bindvlies is een glad, glanzend, geplooid en vochtig slijmvlies dat over de oogbol ligt. Ook bekleedt het bindvlies de binnenkant van de oogleden.

De drie lagen van de traanfilm

De traanfilm is opgebouwd uit drie lagen. Elke laag heeft een verschillende opbouw en heeft een eigen taak:

De lipidelaag
  • De lipidelaag is een olieachtig laagje, dat ervoor zorgt dat:

-       de traanfilm niet te snel verdampt;
-       dat de tranen niet over de ooglidrand stromen, maar dat zij in contact blijven met het oogoppervlak en niet met de huid in contact komen. Door het knipperen met de ogen worden de tranen steeds opnieuw ververst en afgevoerd.

De lipidelaag is de buitenste laag van de traanfilm en wordt geproduceerd door de kliertjes van Meibom. Deze kliertjes zitten in de oogleden. Het knipperen van de ogen is belangrijk, hierdoor komen de lipiden vrij.


De waterige laag
  • De waterige laag zorgt er voor dat:

-       het oog beschermd wordt tegen infecties
-       vuil en stof wordt weggespoeld
-       het buitenste hoornvlies zuurstof krijgt
-       het oppervlak van het oog glad blijft

De waterige laag is de middelste laag van de traanfilm en wordt geproduceerd door de traanklier en kliertjes die zich in het bindvlies bevinden. Het witte deel van het oog, de oogrok, wordt bedekt door het bindvlies. De traanklier en de bloedvaatjes van het bindvlies zorgen voor de aanmaak van de waterige laag.

De vochtproductie (traanaanmaak) gaat de hele dag door. Door ontstekingen en irritaties wordt de traanaanmaak extra gestimuleerd. De traanaanmaak neemt af wanneer u slaapt.

De traanklier

De traanklier ligt boven de buitenste ooghoek in de oogkas, onder de botrand bij de wenkbrauw. Zie het blauwe ‘wolkje’ in de afbeelding. Een deel van de traanfilm verdampt op het hoornvlies. De rest van de tranen verliest u via het traanwegsysteem. Dit systeem bestaat uit de traanpunten, de roze puntjes in de afbeelding. Via de traankanalen (de groene afvoerbuisjes) worden de tranen opgevangen in de (lichtblauwe) traanzak. Deze traanzak komt uit in de traanbuis die in de afbeelding donkerblauw gekleurd is. De traanbuis staat in contact met de neusholte, waar de afgevoerde tranen uiteindelijk in terecht komen.


De mucine of slijmlaag

•    De mucine of slijmlaag zorgt er voor dat:

-    de waterige laag in contact blijft met het oogoppervlak;
-    de waterige laag gelijkmatig over het oogoppervlak verdeeld wordt;
-    de oogleden makkelijker over de oogbol glijden.

De slijmlaag wordt geproduceerd door kleine kliertjes in het bindvlies van het oog. Deze kliertjes worden slijmbekercellen genoemd.

Slijmbekercellen produceren het slijm voor de slijmlaag. Wanneer deze onvoldoende werken, wordt er te weinig slijm aangemaakt, waardoor de traanfilm niet goed in contact met het oogoppervlak blijft, met name dat gedeelte dat aan de lucht blootgesteld is. Hierdoor ontstaan droge plekken.

De bevochtiging van het oog verloopt via een ingenieus systeem waarbij de conditie van de traanfilm van essentieel belang is. Het is wonderlijk dat de dunne traanlaag bij de meeste mensen in goede conditie is. Elke keer wanneer u met de ogen knippert, wordt de verschillende laagjes van de traanfilm opnieuw over het oogoppervlak verdeeld. De oogleden zijn eigenlijk net ruitenwissers die het traanvocht over het oogoppervlak verdelen. Irriterende stoffen worden met deze constante beweging steeds afgevoerd. Hierdoor blijven de tranen in contact met het hoornvlies, en vindt er zo min mogelijk verdamping plaats.

Wanneer de bevochtiging onvoldoende gebeurt, is er sprake van een droog oog. De oorzaken zijn vaak een samenspel van factoren, zoals:

-    de slijmlaag (mucine laag) produceert te weinig slijm;
-    de talgkliertjes werken niet naar behoren;
-    de verdamping van de waterige laag gaat te snel;
-    er wordt te weinig of onvolledig met de ogen geknipperd;
-    de afvoer van het traanvocht gaat te snel. Dit betekent dat er meer traanvocht afgevoerd wordt dan dat er traanvocht aangemaakt wordt. Hierdoor verandert de samenstelling van het traanvocht en gaat het zoutgehalte van het vocht omhoog (osmolaliteit). Het verhoogde zoutgehalte is precies wat het irriterende, brandende gevoel in de ogen veroorzaakt. Ook kan het verhoogde zoutgehalte de cellen van het oog beschadigen.

(het zoutgehalte in de traanlaag wordt gemeten)