www.drogeogen.nl    A  A  A

De traanfilm

De traanfilm is opgebouwd uit drie lagen. Elke laag heeft een verschillende opbouw en heeft een eigen taak:

De lipidelaag
  • De lipidelaag is een olieachtig laagje, dat ervoor zorgt dat:

-       de traanfilm niet te snel verdampt;
-       dat de tranen niet over de ooglidrand stromen, maar dat zij in contact blijven met het oogoppervlak en niet met de huid in contact komen. Door het knipperen met de ogen worden de tranen steeds opnieuw ververst en afgevoerd.

De lipidelaag is de buitenste laag van de traanfilm en wordt geproduceerd door de kliertjes van Meibom. Deze kliertjes zitten in de oogleden. Het knipperen van de ogen is belangrijk, hierdoor komen de lipiden vrij.


De waterige laag
  • De waterige laag zorgt er voor dat:

-       het oog beschermd wordt tegen infecties
-       vuil en stof wordt weggespoeld
-       het buitenste hoornvlies zuurstof krijgt
-       het oppervlak van het oog glad blijft

De waterige laag is de middelste laag van de traanfilm en wordt geproduceerd door de traanklier en kliertjes die zich in het bindvlies bevinden. Het witte deel van het oog, de oogrok, wordt bedekt door het bindvlies. De traanklier en de bloedvaatjes van het bindvlies zorgen voor de aanmaak van de waterige laag.

De vochtproductie (traanaanmaak) gaat de hele dag door. Door ontstekingen en irritaties wordt de traanaanmaak extra gestimuleerd. De traanaanmaak neemt af wanneer u slaapt.

De traanklier

De traanklier ligt boven de buitenste ooghoek in de oogkas, onder de botrand bij de wenkbrauw. Zie het blauwe ‘wolkje’ in de afbeelding. Een deel van de traanfilm verdampt op het hoornvlies. De rest van de tranen verliest u via het traanwegsysteem. Dit systeem bestaat uit de traanpunten, de roze puntjes in de afbeelding. Via de traankanalen (de groene afvoerbuisjes) worden de tranen opgevangen in de (lichtblauwe) traanzak. Deze traanzak komt uit in de traanbuis die in de afbeelding donkerblauw gekleurd is. De traanbuis staat in contact met de neusholte, waar de afgevoerde tranen uiteindelijk in terecht komen.


De mucine of slijmlaag

•    De mucine of slijmlaag zorgt er voor dat:

-    de waterige laag in contact blijft met het oogoppervlak;
-    de waterige laag gelijkmatig over het oogoppervlak verdeeld wordt;
-    de oogleden makkelijker over de oogbol glijden.

De slijmlaag wordt geproduceerd door kleine kliertjes in het bindvlies van het oog. Deze kliertjes worden slijmbekercellen genoemd.

Slijmbekercellen produceren het slijm voor de slijmlaag. Wanneer deze onvoldoende werken, wordt er te weinig slijm aangemaakt, waardoor de traanfilm niet goed in contact met het oogoppervlak blijft, met name dat gedeelte dat aan de lucht blootgesteld is. Hierdoor ontstaan droge plekken.

De bevochtiging van het oog verloopt via een ingenieus systeem waarbij de conditie van de traanfilm van essentieel belang is. Het is wonderlijk dat de dunne traanlaag bij de meeste mensen in goede conditie is. Elke keer wanneer u met de ogen knippert, wordt de verschillende laagjes van de traanfilm opnieuw over het oogoppervlak verdeeld. De oogleden zijn eigenlijk net ruitenwissers die het traanvocht over het oogoppervlak verdelen. Irriterende stoffen worden met deze constante beweging steeds afgevoerd. Hierdoor blijven de tranen in contact met het hoornvlies, en vindt er zo min mogelijk verdamping plaats.

Wanneer de bevochtiging onvoldoende gebeurt, is er sprake van een droog oog. De oorzaken zijn vaak een samenspel van factoren, zoals:

-    de slijmlaag (mucine laag) produceert te weinig slijm;
-    de talgkliertjes werken niet naar behoren;
-    de verdamping van de waterige laag gaat te snel;
-    er wordt te weinig of onvolledig met de ogen geknipperd;
-    de afvoer van het traanvocht gaat te snel. Dit betekent dat er meer traanvocht afgevoerd wordt dan dat er traanvocht aangemaakt wordt. Hierdoor verandert de samenstelling van het traanvocht en gaat het zoutgehalte van het vocht omhoog (osmolaliteit). Het verhoogde zoutgehalte is precies wat het irriterende, brandende gevoel in de ogen veroorzaakt. Ook kan het verhoogde zoutgehalte de cellen van het oog beschadigen.

(het zoutgehalte in de traanlaag wordt gemeten)